BEGINSELVERKLARING van de ABVV

  1. Het ABVV, rechtstreeks uitvloeisel van de georganiseerde werkende krachten, betoogt dat het
    syndicaal ideaal, dat de oprichting van een klassenloze maatschappij en de verdwijning van het
    salariaat beoogt, door een volledige omvorming der maatschappij zal verwezenlijkt worden.
  2. Het vestigt er met nadruk de aandacht op, dat de klassenstrijd, waaruit het geboren is,
    geëvolueerd is tot een niet minder hevige strijd van alle voortbrengers tegen de oligarchie der
    banken en monopoliën, die de opperste meesters geworden zijn van gans het
    productieapparaat.
  3. In een geest van volstrekte onafhankelijkheid tegenover de politieke partijen en met
    inachtneming van alle politieke en wijsgerige overtuigingen verklaart het deze doeleinden te
    willen verwezenlijken door zijn eigen middelen en door beroep te doen op de actie van alle
    loon- en weddetrekkenden, in het bijzonder, en, in het algemeen, op de ganse bevolking,
    waarvan de overgrote meerderheid zowel op materieel als op zedelijk gebied gelijkaardige of
    gelijklopende belangen heeft aan deze der arbeiders, bedienden en technici.
  4. De syndicale beweging zal de medewerking van één of meer partijen aanvaarden, die zich bij
    haar actie zullen aansluiten voor de verwezenlijking dezer objectieven, zonder te hunnen
    opzichte enige verplichtingen aan te gaan en zonder dat die partijen zich met de leiding der
    syndicale actie zouden mogen bemoeien.
  5. De syndicale beweging wil een werkelijk regime van sociale gerechtigheid bewerken om aan
    iedereen zijn plaats in de maatschappij te verzekeren. Ten einde iedereen het gedeelte der
    rijkdommen te verzekeren, waarop hij, in functie van zijn arbeid en van zijn behoeften, recht
    heeft, verklaart zij dat het onontbeerlijk is de politieke democratie door een economische en
    sociale democratie aan te vullen.
    Te dien einde moet de arbeid, schepper van alle waarden en bron van alle goederen, eindelijk
    als alles overheersende factor beschouwd worden, aangezien de andere factoren slechts van
    ondergeschikte of parasitaire aard zijn.
  6. Door haar oorsprong, haar aard en de bestendigheid van haar ideaal is zij aangewezen als het
    stuwende element van deze opbouwende revolutie.
  7. In een geest van gerechtigheid, verloochent zij uitdrukkelijk de valse waarden, zoals de rechten
    gesteund op geboorte en rijkdom en gehuldigd door een kapitalistisch regime. Van hen, die
    uitgebuit en gedwongen worden hun arbeidskracht te verkopen, wil ze mensen maken die
    vrijelijk deelnemen aan de gemeenschappelijke taak der voortbrengst.
  8. Zij zal zich dan ook, overeenkomstig haar opvattingen toeleggen op het tot stand brengen van
    organismen, welke er uiteindelijk moeten naar streven de krachten van de arbeid in ruime mate
    te betrekken bij de leiding van de in het belang der gemeenschap, hervormde economie.
  9. Het syndicalisme wil de partijen uit hun politieke activiteit niet verdringen. Het doet op de
    arbeiders beroep in hun hoedanigheid van voortbrengers, vermits van hun economische
    toestand de perspectieven van sociale, intellectuele en culturele ontwikkeling zullen afhangen.
  10. Om deze taak van ontvoogding tot een goed einde te brengen mag op de vakbeweging geen
    dwang uitgeoefend worden; om deze reden weigert deze hoe dan ook in gelijk welk corporatief
    systeem ingelijfd te worden.
  11. Het syndicalisme aanvaardt de natie-idee; in het kader van een politieke, economische en
    sociale democratie, zal het zijn verantwoordelijkheid weten op te nemen met het oog op het
    behoud en de versteviging der democratie.
  12. Het is van mening dat de socialisatie der grote banken en industriële trusts zich opdringt en dat
    het noodzakelijk is de buitenlandse handel te organiseren, te leiden en te controleren.
  13. Het verwerpt de idee van staats- of bureaucratisch beheer en is de mening toegedaan dat het beheer der genationaliseerde bedrijven aan de arbeiders (technici, bedienden en werklieden) en aan de verbruikers, voorafgaandelijk georganiseerd in de schoot van bestuurs- en coördinatieraden van de nationale economie, dient toevertrouwd te worden.
  14. De Belgische Vakbeweging zal de verwezenlijking van haar doeleinden en objectieven voortzetten in samenwerking met alle internationale syndicale organismen, die een democratisch ideaal nastreven.
  15. Ten einde de arbeider van de sociale vrees te bevrijden en er borg voor te staan dat hij, in ruil voor zijn arbeid, zal beveiligd worden tegen de rampen en kwalen welke aan zijn toestand verbonden zijn, staat de vakbeweging niet alleen in de bres voor de structuurhervormingen en de omvorming der kapitalistische maatschappij, doch tevens voor de onmiddellijke eisen der arbeiders. Bewust van de grootsheid zijner humanitaire zending, verklaart het syndicalisme zich bekwaam deze veelvuldige taken tot een goed einde te brengen, want door het onverdeelbare blok der krachten van de arbeid vormt het een der hoekpijlers der maatschappij van morgen.